Kerstkoekjes zijn zelfgebakken koekjes in feestelijke vormen zoals sterren, kerstbomen, hartjes en engeltjes, die je rond de feestdagen maakt om uit te delen, in de boom te hangen of gewoon lekker zelf op te eten. Je begint met een simpel boterdeeg, steekt er met kerstvormpjes leuke figuurtjes uit en versiert ze daarna met glazuur en sprinkles. Hieronder vind je het basisrecept, de bekendste Nederlandse soorten, handige bewaartips en alles wat je nodig hebt om er samen een gezellige bakmiddag van te maken.
Goede kerstkoekjes beginnen bij een stevig boterdeeg dat zijn vorm goed houdt in de oven. Voor zo'n veertig koekjes meng je 200 gram zachte roomboter met 200 gram fijne suiker, een snufje zout en een theelepel vanille-extract tot een romig geheel. Voeg dan een ei toe, en daarna 390 gram bloem (gewone tarwebloem of patentbloem, geen zelfrijzend bakmeel, want anders worden de koekjes bol en verliezen ze hun strakke vorm). Kneed alles kort tot een soepel deeg.
Verpak het deeg in plasticfolie en laat het minimaal een uur rusten in de koelkast. Dat rusten is belangrijk: koud deeg rolt makkelijker uit en de koekjes vervormen minder tijdens het bakken. Rol het deeg daarna op een licht bebloemd werkblad uit tot een dikte van ongeveer 4 millimeter, steek je figuurtjes uit en leg ze met wat ruimte ertussen op een met bakpapier beklede bakplaat. Bak de koekjes in een voorverwarmde oven op 170 graden onder- en bovenwarmte in 12 tot 15 minuten goudbruin. Laat ze daarna volledig afkoelen op een rooster voordat je gaat versieren.
Gezellig bakken in stijl: onze leukste kersttruien
1Peperkoek Kersttrui Dames – met een vrolijke gingerbread-print, precies in de stemming voor een bakmiddag vol kerstkoekjes.
3Rudolph Kersttrui Dames – een knus klassiek model met Rudolph erop voor de echte kerstsfeer in de keuken.
De bekendste Nederlandse kerstkoekjes
De Nederlandse koektrommel kent rond kerst een paar vaste klassiekers. Wil je iets typisch Hollands op tafel, kies dan uit deze soorten:
Kerstkransjes: ronde koekjes met een gaatje in het midden, vaak bestrooid met suiker en amandel, om met een lint in de kerstboom te hangen. Het kerstkransje is in Nederland en België een echt kerstklassiek baksel.
Kaneelsterren: kruidige sterkoekjes op basis van amandel en kaneel, met een laagje wit glazuur. Heerlijk geurig en glutenvrij te maken.
Speculaas: het bekendste kruidkoekje van de Lage Landen, met speculaaskruiden als kaneel, kruidnagel, nootmuskaat en gember. Rond kerst maak je er makkelijk feestelijke vormen van.
Peperkoekmannetjes: de Hollandse versie van gingerbread, met stroop en specerijen. Leuk om met royal icing een gezichtje en knoopjes op te spuiten.
Vanillekipferl: halvemaanvormige koekjes met amandel en vanillesuiker, oorspronkelijk uit Oostenrijk en Duitsland maar inmiddels een vaste kerstgast.
Spritskoekjes: bros en kruimelig, met een spuitzak in mooie ribbels gespoten. Gevaarlijk lekker, want ze zijn zo op.
Warm en feestelijk
Peperkoek Kersttrui Heren
Zacht, warm en boordevol feeststemming: Peperkoek Kersttrui Heren maakt de winter een stuk gezelliger.
Wil je het deeg simpel houden en met de vormpjes alle kanten op kunnen, dan is het basisrecept hierboven je beste startpunt. Voor de kruidige soorten voeg je gewoon een theelepel speculaaskruiden of kaneel toe aan het deeg.
Kerstkoekjes versieren
Na het afkoelen begint het leukste deel: versieren. Het mooiste en strakste resultaat krijg je met royal icing, een glazuur van poedersuiker en eiwit (of eiwitpoeder). Daarmee spuit je met een cornetje of een spuitzakje met klein mondje nette lijntjes, vlakken en kleine details. Wil je kleur, gebruik dan een paar druppels gelkleurstof, niet te veel tegelijk. Versier de natte icing eventueel meteen met sprinkles of gekleurde suiker, en laat alles daarna een paar uur goed drogen voordat je de koekjes opstapelt of inpakt.
Geen zin in glazuur? Een simpel laagje gesmolten chocolade met wat strooisel doet het ook prima, en kinderen vinden dat vaak nog leuker om te doen.
Kerstkoekjes bewaren en van tevoren maken
Het fijne aan kerstkoekjes is dat je ze ruim van tevoren kunt maken. Onversierde koekjes blijven in een luchtdichte trommel op kamertemperatuur zo'n twee weken lekker knapperig. Wil je ze versieren met royal icing, bak ze dan het liefst in de week voor kerst, zodat de icing alle tijd heeft om goed te drogen. Je kunt ze ook invriezen: luchtdicht verpakt blijven gebakken koekjes tot drie maanden goed in de vriezer. Zelfs het ongebakken deeg kun je tot drie maanden invriezen, zodat je vlak voor de feestdagen alleen nog hoeft uit te rollen, uitsteken en bakken.
Samen bakken: kerstkoekjes met kinderen
Kerstkoekjes maken is een van de gezelligste bakklusjes om samen met kinderen te doen. Het deeg uitrollen, vormpjes uitsteken en daarna versieren met glazuur en strooisel: voor elke leeftijd is er wel een taakje. Maak er een echte feestmiddag van, zet de kerstmuziek op en trek met het hele gezin een bijpassende kersttrui aan. Die foute, gezellige truien horen er net zo goed bij als de geur van versgebakken koekjes uit de oven.
Wil je iedereen in dezelfde gezellige look, dan zijn matchende kersttruien voor het hele gezin een leuke traditie om de bakmiddag mee af te maken.
Veelgestelde vragen over kerstkoekjes
Welke bloem gebruik je voor kerstkoekjes? Gewone tarwebloem of patentbloem, nooit zelfrijzend bakmeel. Hoe lang van tevoren kun je bakken? Onversierde koekjes prima twee weken vooruit, versierde koekjes het liefst in de week voor kerst. En een typische kerstkoek? In Nederland zijn dat vooral kerstkransjes, kaneelsterren en speculaas. Zo zet je met een paar simpele ingrediënten een hele kersttrommel vol klaar.
Wist je dat?
Met het basisrecept van 200 gram boter, 200 gram suiker, een ei en 390 gram bloem bak je ongeveer 40 koekjes.
Rol kerstkoekjesdeeg uit tot zo'n 4 millimeter dik en bak ze op 170 graden in 12 tot 15 minuten goudbruin.
Onversierde kerstkoekjes blijven luchtdicht zo'n twee weken goed, en in de vriezer tot drie maanden.
Speculaaskruiden bestaan onder andere uit kaneel, kruidnagel, nootmuskaat en gember.
Kerstkransjes worden traditioneel met een lint in de kerstboom gehangen.
Veelgestelde vragen over Kerstkoekjes maken: recept, soorten en tips
Gebruik gewone tarwebloem of patentbloem. Dat geeft een stevig deeg dat goed uit te rollen is en zijn vorm behoudt in de oven. Zelfrijzend bakmeel kun je beter laten staan, want daardoor worden de koekjes bol en verliezen ze hun strakke vorm.
In Nederland zijn de bekendste kerstkoekjes kerstkransjes, kaneelsterren en speculaas. Ook peperkoekmannetjes, vanillekipferl en spritskoekjes horen rond de feestdagen in de koektrommel thuis.
Onversierde koekjes blijven in een luchtdichte trommel zo'n twee weken lekker knapperig. Versierde koekjes met royal icing maak je het liefst in de week voor kerst, zodat de icing goed kan drogen. Gebakken koekjes en ongebakken deeg kun je ook tot drie maanden invriezen.
Het strakste resultaat krijg je met royal icing, een glazuur van poedersuiker en eiwit. Spuit er met een cornetje lijntjes en details mee en strooi er eventueel sprinkles of gekleurde suiker op. Laat de koekjes na het versieren een paar uur drogen voordat je ze opstapelt.
Zeker. Deeg uitrollen, vormpjes uitsteken en versieren met glazuur en strooisel is voor elke leeftijd leuk. Het is een van de gezelligste bakklusjes om samen te doen, zeker met de kerstmuziek aan en een bijpassende kersttrui aan.